Archief van
Categorie: Gedichten

Drieluik

Drieluik

Feit

Het was de Griekse filosoof Clitoritus die zei,

slechts weinig mannen vinden mij.

Fictie

Vrouw: Hoe vind je het dat de kinderen van mijn zus oom tegen je zeggen?

Man: Best leuk. En ze zijn nog te jong om uit te leggen dat ik hun vader ben.

Fabel

Een hond, zijn baas, zo trouw.

Een man, zijn wil, zijn vrouw.

Het begin, zo blij, versterkt.

Het eind, verdriet, beperkt.

Opnieuw, oh nee, nooit meer.

Maar dan, met haar, nog één keer.

Vraagtekens

Vraagtekens

Mijn favoriete eigenschap is mijn onwetendheid.

Eens volgde ik een studie en raakte hem toen bijna kwijt.

Wat staat er?

Wat staat er?

Tot later, zei de fierljeppende pater.

En daar lag hij.

Met zijn bruine pij.

Nog half boven water.

Te bont

Te bont

Het was een oude vriend die zei,

deze wijze woorden tegen mij.

Wissel uw lakens en uw sprei,

wanneer het riekt naar een nertsenfokkerij.

Over the top

Over the top

Hoger dan de hoogste berg,

dieper dan het diepste dal.

Verder dan de verste sprong,

lager dan de laagste val.

Stiller dan de stilste stilte,

harder dan de hardste knal.

Een zegen, een goedheid, een onvolprezen gunst.

Maar mijn besluit dat luidt: Overdrijven is een kunst.

De naam

De naam

Zij zei, hoe heet jij?

Hij zei, Thee.

Wat lust je te drinken Thee?

Niks, ik ben Bob.

Tijdens een receptie

Tijdens een receptie

ze sprak over anticonceptie

alvorens hun eerste kus

toen kwam de ware deceptie

ze koos voor “coïtus niet dus”

Duidelijke Boodschap

Duidelijke Boodschap

Ik, ik liep naar het toilet.

Zij liep met me mee.

Wat haar bestemming was? Ik heb geen idee!

Maar de w.c. was niet bezet.

Dus zei ik op een fatsoenlijke manier.

Het was mij een waar genoegen maar onze wegen schijten hier.

Woordenbrood

Woordenbrood

Mediteren met een volle blaas, wie de broek draagt is de baas.

Koken op een lege maag, ze wast de lipstick van mijn witte kraag.

Het lijkt me onbegonnen werk om een en ander te doorgronden.

Zelfs wanneer je kasten vol, met boeken hebt verslonden.

Hoera een zoon, hoera een zoon, ach een meisje was ook leuk geweest.

Ik pleit voor gender neutrale slingers op mijn verjaardagsfeest.

Het is gezond, het is gezond, dat is alles wat je wilde wensen.

Eenmaal opgegroeid zal het kind wel passen tussen de aparte mensen.

Tot slot komen nog wat laatste zinnen.

Waarmee het gedicht evengoed had kunnen beginnen.

Amuseer me, troost me, raak me en communiceer met je bewustzijn.

Schrijf voor de groei van je ziel, dat is gezond, dat is fijn.

Ver vooruit

Ver vooruit

Wie weet waar we ooit terecht gaan komen? Wie weet?

God weet waar we ooit terecht gaan komen. God weet.

Je kunt iemand betalen en je de toekomst laten voorspellen.

Maar die koers veranderd vanaf het moment dat ze het vertellen.

Waar sta ik nu? Daarvan zijn veel getuigen.

Waar wil ik naartoe? Me niet over zulke vragen buigen.

Want wat “IK” wil, dat gaat volgens de geleerden niet.

Gewoon omdat hij of zij daar geen brood in ziet.

Tot op zekere hoogte zal ik luisteren, ik heb tenslotte al betaald.

Maar ik zal pas rusten, als ik “MIJN” doel heb behaald.